24/7 bereikbaar
+31 (0) 497 518000

Anaalklieren

Anaalklierproblemen

Bron: Onze Hond 2004
Auteur: Maarten kappen

Een van de meest voorkomende redenen om de dierenarts te consulteren zijn aandoeningen van de anaalklieren bij de hond. Dit zijn twee orgaantjes die direct onder de anus gelegen zijn, waarmee de hond zijn specifieke geurvlag afzet op de ontlasting. Hij doet dit doordat tijdens het persen een beetje van de inhoud van de anaalklier via de afvoergang in de anus op de ontlasting wordt gedrukt. De normale inhoud van de anaalklieren is een sterk geurende (stinkende) penetrante dunne lichtbruine vloeistof. Dat valt de baasjes en hun omgeving direct op. Ook als de hond opgewonden is, bijvoorbeeld tijdens het onderzoek op de spreekkamertafel van de dierenarts, kan er anaalkliervocht vrij komen. Honden met steeds weer terugkerende problemen aan de anaalklieren verspreiden min of meer permanent deze hele nare geur. Bij de minste beweging komt anaalkliervocht rond de anus vrij en kleeft aan de onderzijde van de staart. Ik zal hieronder trachten uit te leggen waarom er zoveel problemen met de anaalklieren voorkomen, waar deze uit bestaan, en wat we er het beste aan kunnen doen.

Hoe zijn de anaalklieren opgebouwd?

Als je de anus met een klok vergelijkt dan zijn beide anaalklieren te vinden op 5 en op 7 uur. Het zijn twee zakjes die strak tegen het uitwendige spierige gedeelte van de anus liggen en via een dunne afvoergang door deze ring uitmonden in het binnenste van de anus. Daarmee is direct een probleempunt duidelijk: zwellingen van deze ring vanwege irritatie of ontsteking kunnen gemakkelijk leiden tot een geheel of gedeeltelijk dichtdrukken van deze afvoergang. De ergste vorm hiervan zijn de perianale fistels bij o.a. de Duitse Herder, waarbij diepe ontstekingen in de anus leiden tot sterke verdikking. Ook als de geproduceerde anaalkliervloeistof te dik wordt of als er door ontsteking van de klier stolsels of andere stukjes in die vloeistof komen, dan is de afvoergang al gauw te nauw. Er gaat zich meer en meer anaalkliervocht ophopen in de zakjes. Dit leidt tot jeuk en irritatie bij de hond. Bijten naar de staartbasis en de achterbenen is dan het gevolg. Het typische ‘sleetje rijden’ kan optreden zeker bij kleine honden; ze schuren met het gekromde achterlijf over de grond, terwijl ze met de voorbenen normaal lopen.

Door langdurige ophoping kan een bijkomende infectie op treden, welke de zaak nog erger maakt. Veelal wordt de vloeistof anders van samenstelling (dikker), en krijgt de hond meer pijn. Onze patiënt komt dan in een vicieuze cirkel terecht: hij gaat schuren en bijten, waardoor irritatie van de anus en de directe omgeving hiervan optreedt. Ook het ontlasten zelf is pijnlijk. Hierdoor wordt de afvoergang nog meer dichtgedrukt, waardoor een anaalklierabces kan ontstaan. De hond is dan extreem pijnlijk, de minste aanraking in dit gebied leidt vaak tot heftig afwerende reacties. Breekt deze eenmaal door de huid heen, meestal wat verder naast en onder de anus, dan is voor de hond de pijn direct veel minder.

Ook gezwellen van de anaalklieren kunnen voorkomen. Meestal worden deze gevonden bij oudere teven. Zij gaan uit van het klierweefsel in de anaalzakjes en zijn in het algemeen kwaadaardig. Deze kunnen ook veranderingen in de rest van het lichaam veroorzaken, doordat zij een bepaald hormoon produceren dat de calciumspiegel in het bloed doet stijgen. Men noemt dit een paraneoplastisch syndroom.

Wat eraan te doen?

Het leegdrukken van de beide zakjes is de basis voor elke behandeling, mits er geen sprake is van een abces of een tumor. Dit kan men doen door uitwendig de beide zakjes tussen duim en wijsvinger te drukken en tegelijkertijd de staart goed over de rug naar voren te buigen. Hierdoor komen de beide zakjes optimaal uitpuilend onder de huid te liggen direct onder de anus. Je moet er wel een tissue bijhouden om te voorkomen dat de vloeistof niet door de hele kamer vliegt of -erger nog- in je eigen gezicht. Soms is het lastig dit zo te doen en moet je elk zakje individueel deels inwendig leegdrukken. Dat gebeurt dan door met een wijsvinger in het rectum op het zakje te drukken en tegelijkertijd met de duim uitwendig hetzelfde zakje te fixeren. De verdere behandeling kan dan bestaan uit het schoonspoelen met een fysiologische zoutoplossing met een spuit en een speciale kleine knopsonde via de afvoergang. Ook antibioticahoudende oplossingen of zalven worden hiervoor wel gebruikt. In principe kan dit zonder narcose doch soms is dit wel nodig. In mijn ogen is het belangrijk om ook parenteraal (dus per tablet) antibiotica toe te dienen gedurende minimaal 14 dagen in geval van infectie van de overvulde klier. Een eenmalige injectie tegen de jeukprikkel wordt vaak gegeven. De resultaten bij chronische infecties met al deze maatregelen zijn soms teleurstellend. De problemen kunnen dan na kortere tijd toch weer terug komen. In geval van een abces dient men dit uitwendig te openen en vervolgens veelvuldig te spoelen. Ook de omgeving van de anus kan men het beste goed en regelmatig afdouchen. Antibioticatabletten worden hierbij gegeven gedurende minimaal 10 dagen. In het algemeen is de prognose hiervan redelijk goed.

De anaalklieren worden aan beide zijden gespoeld via een sonde, de hond is onder sedatie.

anaal_1Chirurgie

Evenals in het geval van een tumor rest er dan maar één blijvende oplossing: het chirurgisch verwijderen van de beide anaalklieren. Omdat de klieren in een gebied liggen dat vele bloedvaten en zenuwen bevat, dicht tegen de anus liggen, en potentieel geïnfecteerd zijn, is dit niet een eenvoudige ingreep. Nauwkeurig en ervaren prepareren is een vereiste voor het goed doen slagen van deze operatie.

anaal_2Operatie anaalklier; het anaalklierzakje wordt vrij geprepareerd

De klieren worden van uitwendig benaderd door een snede in de huid net naast en onder de anus. De klier wordt hierdoor minutieus vrijgeprepareerd, waarbij er sterk opgelet wordt dat hij gesloten blijft. Anders zou er geïnfecteerde inhoud in het operatiegebied kunnen lopen. De nabehandeling bestaat uit het geven van antibiotica en een middel om de ontlasting slap te houden. Hierdoor hoeft de hond niet zo sterk te persen, waarmee hij de wond zou kunnen beschadigen. De hond krijgt altijd een kraag op zodat hij zelf niet kan likken of bijten aan de wond. De hond kan beide klieren prima missen en is op deze manier verlost van een chronisch probleem!

anaal_3De operatie is klaar.

Back to Top