24/7 bereikbaar
+31 (0) 497 518000

info@dierenkliniekeersel.nl

Hartaandoeningen

De verschillende hartaandoeningen op een rijtje

Zowel aangeboren als verworven hartaandoeningen kunnen erfelijk zijn!

Aangeboren 1. Mitralisklepdysplasie en Tricuspidalisklepdysplasie

Inleiding:
Klepdysplasie betekent dat er een aangeboren afwijkende stand, toestand en/of implantatieplaats van een klep aanwezig is. Deze aandoening is vanaf de geboorte aanwezig en veroorzaakt een lek van de afwijkende klep. Deze lek kan klein zijn maar ook heel groot.
Symptomen:
Een gedeelte van het bloed dat eigenlijk weggepompt moet worden lekt door de lekkende klep terug naar de boezem. Hierdoor kan stuwing ontstaan en daardoor kunnen vochtophopingen ontstaan. Bij een probleem van de mitralisklep ontstaat hierdoor vocht op de longen en bij een probleem van de tricuspidalisklep ontstaat hierdoor vocht in de buik.
Diagnose:
Het terug lekkende bloed veroorzaakt een hartruis die door de dierenarts gehoord kan worden. Aan de hand van de symptomen, de hartruis en het tijdstip van het ontstaan van de hartruis, kan deze aandoening worden vermoed. De precieze diagnose kan worden gesteld door het maken van een hartecho. Met behulp van een electrocardiogram kunnen hartritmestoornissen gekarakteriseerd worden. Röntgenfoto’s van de borstkas dienen om de aanwezigheid van vocht in longen vast te stellen.
Behandeling:
De aandoening zelf kan niet worden opgelost. We zijn bij dieren nog niet zover dat er kunstkleppen kunnen worden geplaatst (daar is een groep dierenartsen momenteel wel mee bezig). We kunnen dus alleen de symptomen behandelen. Helaas is er nog geen medicijn op de markt dat het ontstaan van deze symptomen kan uitstellen. De vochtophopingen kunnen worden behandeld met plastabletten, we geven vaak medicatie om de bloeddruk te verlagen en medicatie die de pompfunctie van het hart ondersteunt. Als er ritmestoornissen aanwezig zijn kunnen daar ook medicijnen voor worden gegeven.

2. Aortastenose en pulmonalisstenose

Inleiding:
Dit betekent dat er een vernauwing aanwezig is in de lichaamsslagader (Aorta) of longslagader (Arteria Pulmonalis). Deze vernauwing kan zich ter hoogte van, onder (meestal) of boven (zelden) de kleppen bevinden. Aortastenose is de meest voorkomende aangeboren hartaandoening bij de hond. De vernauwing is meestal nog niet aanwezig tijdens de geboorte maar ontwikkelt zich in de eerste 4-8 weken en evolueert de eerste 12-18 maanden. Bij sommige rassen komt aortastenose meer voor dan bij andere rassen en de erfelijkheid ervan is bewezen.
Symptomen:
Door de vernauwing in het bloedvat ontstaan er wervelingen (turbulentie) in de bloedvloei en daardoor een hartruis. Hoe sterker de vernauwing, hoe luider de ruis. Door de vernauwing ontstaat er een drukoverbelasting in de linker of rechter kamer. Hierdoor verdikt de hartspierwand van de kamer waardoor de druk nog meer toe neemt. Hierdoor kan weer stuwing in de boezems ontstaan. Afhankelijk van de ernst van de vernauwing treden er symptomen op. Bij een milde stenose blijft het dier normaal gesproken levenslang klachtenvrij. Bij een ernstige stenose heeft het dier vaak een beperkte levensverwachting. De klachten die ontstaan zijn vaak vermoeidheid bij inspanning en flauwtes en soms plotselinge sterfte.

cardio_14

Door de vernauwing in het bloedvat ontsaat er een turbulente bloedvloei en daardoor een hartruis.
Diagnose:
Aan de hand van de symptomen, de hartruis en het tijdstip van het ontstaan van de hartruis,kan deze aandoening worden vermoed. De precieze diagnose kan alleen worden gesteld door het maken van een hartecho met doppleronderzoek. De gradatie van de vernauwing is pas definitief op 18 maanden leeftijd.

cardio_15

Behandeling:
Er bestaan geen medicijnen om het ontstaan van symptomen uit te stellen. Als er symptomen zijn kunnen deze wel behandeld worden. Bij vochtophopingen geven we plastabletten, we geven tabletten om het aantal hartslagen per minuut te verminderen zodat het hart beter kan  vullen. Daarnaast geven we vaak medicijnen om de bloeddruk wat te verlagen zodat het hart makkelijker kan pompen.

3. Ventrikelseptumdefect (VSD) en Atriumseptumdefect (ASD)

Inleiding:
Een atriumseptumdefect of atriaal septumdefect (ASD) is een hartafwijking, waarbij in de scheidingswand tussen de twee boezems (atria) van het hart een gaatje zit. Tijdens de dracht zit er altijd een opening in deze scheidingswand, omdat de foetus geen bloedsomloop heeft naar de longen, maar via de placenta zuurstof haalt uit het bloed van het moederdier. Deze opening heet foramen ovale. Na de geboorte behoort dit gat met een klepje te sluiten; dat klepje groeit vervolgens vast. Als het klepje niet goed van vorm of grootte is, blijft er een gaatje over. Door dit gaatje lekt zuurstofrijk bloed dat via de longader de linkerboezem instroomt, naar de rechterboezem weg. Dit bloed gaat daarna via de rechterkamer en longslagader weer naar de longen.
Een Ventrikelseptumdefect of VSD is een aangeboren hartafwijking waarbij er een gaatje aanwezig is in het tussenschot (het septum) van de twee hartkamers (ventrikels). Door dit defect is uitwisseling van bloed tussen de beide kamers mogelijk. Doordat er in de linkerzijde van het hart een fysiologische hogere bloeddruk is dan in de rechterzijde, zal in de meeste gevallen het zuurstofrijk bloed vanuit de linker hartkamer naar rechter hartkamer stromen. Dit wordt ook wel een links-rechtsshunt genoemd. Dit bloed stroomt direct via de longen de linker boezem in. Er is hier dus sprake van een volumeoverbelasting van het linker deel van het hart (boezem en kamer) en van de longcirculatie. Doordat er relatief meer bloed door de longen stroomt kan hierin bij een groot VSD een verhoogde druk ontstaan.

cardio_16

Symptomen:
Een ASD geeft vaak niet direct symptomen. Doordat de longslagader meer bloed te verwerken krijgt dan normaal, kan het bloed hier gaan “ruisen” wat met een stethoscoop hoorbaar is. Een klein ASD geeft vaak geen symptomen, een groot ASD kan rechter hartfalen met vocht in de buik en flauwtes veroorzaken. Kleine VSD’s geven ook vaak geen symptomen. Grotere VSD’s veroorzaken linker hartfalen en soms ook rechter hartfalen.
Diagnose:
Kleine ASD’s zijn niet hoorbaar met een stethoscoop, grote defecten veroorzaken een hartruis door de grotere hoeveelheid bloed die door de longslagader stroomt. VSD’s zijn vrijwel altijd hoorbaar met een stethoscoop. Kleine gaatjes veroorzaken juist een luidere hartruis. De exacte diagnose kan worden gesteld door het maken van een hartecho met doppleronderzoek. Met behulp van een electrocardiogram kunnen hartritmestoornissen gekarakteriseerd worden. Röntgenfoto’s van de borstkas dienen om de aanwezigheid van vocht in longen vast te stellen.
Behandeling:  Behandelen van kleine ASD’s en VSD’s is meestal niet nodig. Voor grotere ASD’s en VSD’s bestaat de behandeling uit een standaard medicinale therapie. Bij dieren is chirurgie nog in de experimentele fase.

4. Persisterende Ductus Arteriosus van Botalli (PDAB).

Inleiding:
Zie PDAB (hartoperatie)
Verworven 1. Myxomateuze klepdegeneratie
Myxomateuze klepdegeneratie (MKD) is de meest voorkomende hartziekte bij honden van kleine rassen of kleine kruisingen. MKD begint met een slijmerige of bindweefselachtige (myxomateuze) aftakeling (degeneratie) van de hartklep tussen linker boezem en linker kamer (mitralisklep of linker AV-klep). Hoe en waarom de aftakeling ontstaat is op dit moment niet bekend. MKD komt bij bepaalde rassen vaker voor dan gemiddeld en heeft een genetische basis. De ziekte komt pas op latere leeftijd tot uiting, daarom spreken we van een verworven hartziekte. Het optreden van de ziekte is leeftijdsafhankelijk (10% op 5-jarige leeftijd, 25% op 8-jarige leeftijd, 75% op 16-jarige leeftijd).

cardio_17

De kleppen tussen linker boezem en kamer verdikken. Welke gevolgen heeft MKD in het hart?
Door de knobbelige verdikking van de kleppen, sluiten deze minder goed op elkaar aan en ontstaat tijdens het leegpompen van het hart een lekkage van bloed van de linker kamer naar de linker boezem. Niet al het bloed wordt de lichaamsslagader ingepompt, maar een gedeelte (soms 50-90% !) van al het bloed lekt terug. De linker boezem en uiteindelijk de linker kamer zullen de lekkage proberen op te vangen door te verwijden. Op een gegeven moment is de grootte van en de druk binnen de linker boezem zodanig dat de daarop aangesloten bloedvaten (de longaders) ook uitrekken. Uiteindelijk kan er vocht ophopen in de longen.
De linker zijde van het hart vergroot om de lekkage te compenseren

cardio_18

Symptomen:
In eerste instantie is de lekkage gering en zijn er nauwelijks nadelige gevolgen voor de hond. In de loop van jaren zal de lekkage in hoeveelheid toenemen en kan de hond in situaties waarbij veel bloed rondgepompt moet worden (inspanning, stress) in de problemen komen, omdat het hart niet aan de vraag van het lichaam kan voldoen. De hond wordt sneller moe. Door het verwijden van linker boezem en linker kamer zal het hart in omvang toenemen. Een grote linker boezem kan soms op vertakkingen van de luchtpijp drukken en zo hoestprikkels veroorzaken. Uiteindelijk kan zich vocht ophopen in de longen. De hond ademt dan snel, zal hoesten en erg sloom worden.
Diagnose:
MKD leidt tot lekkage van de klep tussen linker boezem en linker kamer. De lekkage van bloed is hoorbaar als een typische hartruis. De leeftijd waarop de hartruis voor het eerst wordt waargenomen, varieert tussen 5 en 8 jaar. Het hart weet zich in eerste instantie prima aan te passen aan de lekkage en het duurt gemiddeld zo’n 3-4 jaar alvorens de hond symptomen ontwikkelt als hoesten of een verminderd uithoudingsvermogen. Ongeveer 20 % van alle honden die MKD hebben, ondervindt daar ernstige hinder van. In een later stadium valt soms op te merken dat de hond sloom wordt, snel en moeizaam ademt, een slechte eetlust heeft en vermagert. De hond ondervindt duidelijk nadelige gevolgen van de hartziekte en daarom spreken we van hartfalen.

cardio_19
cardio_20

Op grond van het type hond en de aanwezigheid van een karakteristieke hartruis kan de aanwezigheid van MKD worden vermoed. Heeft de hond geen ziekteverschijnselen als hoesten, benauwdheid, snel moe worden of flauwvallen, maar juist een rustige ademhaling en hartslag, dan is in veel gevallen geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Het verhaal van de eigenaar (hoesten, verminderd uithoudingsvermogen) en het lichamelijk onderzoek door de dierenarts kan de aanwezigheid van hartfalen in een aantal gevallen doen vermoeden. De definitieve diagnose wordt gesteld door middel van echografisch onderzoek van het hart, waarbij grootte, vorm en functie van het hart worden beoordeeld. Met behulp van een electrocardiogram kunnen hartritmestoornissen gekarakteriseerd worden. Röntgenfoto’s van de borstkas dienen om de aanwezigheid van vocht in longen en borstkas vast te stellen of om de oorzaak van het hoesten te achterhalen. Behandeling:
MKD is niet te genezen. Er zijn geen medicijnen waarvan bewezen is dat ze de progressie naar hartfalen kunnen vertragen. Heeft zich eenmaal hartfalen ontwikkeld, dan wil dit niet zeggen dat we niets kunnen doen. Er zijn medicijnen die kunnen voorkomen dat er steeds meer vocht wordt vastgehouden binnen de bloedsomloop. Is er sprake van vochtophopingen in borstkas, longen of buik, dan worden ook plastabletten voorgeschreven. De behandeling heeft als belangrijkste doel de kwaliteit van leven van een hond met hartfalen door MKD te verbeteren. De behandeling is helaas niet gericht op genezing van de onderliggende hartziekte.
Hoe oud wordt een hond met MKD?
Er zijn honden met MKD die een normaal leven leiden en probleemloos oud worden. Ongeveer 20% van de honden met MKD ondervindt daar op enig moment ernstige hinder van. Bij honden met hartfalen door MKD lukt het door intensieve begeleiding en controle de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden gedurende een periode van 1-2 jaar.

2. Dilaterende Cardiomyopathie (DCM) bij de hond.

Zie Dilaterende Cardiomyopathie bij de Duitse Dog. What’s new? Bij de Dobermann en Boxer komen andere vormen van DCM voor. Hierbij ligt de nadruk, zeker in de beginfase, het aanwezig zijn van hartritmestoornissen die plotse dood kunnen veroorzaken.

3. Hypertrofische Cardiomyopathie (HCM) bij de kat

Inleiding:
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is de meest voorkomende verkregen hartziekte bij de kat. HCM is een spierziekte (myopathie) van het hart (cardio) die gekenmerkt wordt door een sterke verdikking (hypertrofie) van de spierwand van linker en rechter kamer. HCM heeft een genetische basis, maar komt pas op latere leeftijd tot uiting, daarom spreken we van een verkregen hartziekte. Een kat wordt dus geboren met een genetische aanleg voor HCM maar óf, wanneer en in welke mate de kat HCM ontwikkelt is van vele andere factoren afhankelijk. HCM is een erfelijke ziekte en komt even vaak voor bij katers als bij poezen. Dierenartsen hebben de indruk dat de ziekte steeds vaker voorkomt in misschien wel 5-10% van alle katten.
Welke gevolgen heeft HCM in het hart?
De spierwand van de linker kamer (het belangrijkste pompgedeelte van het hart) is gemiddeld 4 mm dik. Deze spierwanddikte kan bij katten met HCM wel toenemen tot 8-10 mm! De verdikking van de wand gaat ten koste van de ruimte binnen in het hart. Er is daardoor minder ruimte voor bloed binnen het hart en per hartslag kan er minder bloed worden weggepompt. Bovendien is een dikke hartspierwand erg stug. Het vullen van de kamers vanuit de boezems zal door de stugheid en het verlies aan ruimte steeds moeizamer verlopen. De boezems kunnen het bloed minder goed kwijt en de druk in de boezems zal stijgen. De boezems zullen daardoor oprekken. Op een gegeven moment is de grootte van en de druk binnen de boezems zodanig dat de daarop aangesloten bloedvaten (de longader en de onderste holle ader naar de buik) ook uitrekken. Uiteindelijk kan er vocht ophopen in longen, borstkas en/of buik. Naast problemen met de vulling van het hart, is er soms ook sprake van problemen met het legen van het hart. Door de vormveranderingen in het hart kan de uitgang naar de aorta (of de longslagader) soms vernauwen, waardoor de uitstroom van bloed belemmerd wordt (obstructieve vorm van HCM). Bovendien kan de klep tussen linker boezem en kamer opengetrokken worden en gaan lekken.
Symptomen:
Als er sprake is van een geringe verdikking van de hartspier, dan zal dit nauwelijks gevolgen hebben voor de kat in rust. In situaties waarbij veel bloed rondgepompt moet worden (inspanning, stress) komt de kat in de problemen omdat het hart niet aan de vraag van het lichaam kan voldoen. In een sterk verdikte hartspier en in een uitgerekte wand van de hartspier kan abnormale geleiding van de stroom die het hartritme bepaalt plaatsvinden. Hartritmestoornissen kunnen leiden tot sloomheid of zelfs plotse dood. Bloed wat langzaam stroomt in een sterk uitgerekte boezem kan klonteren en bloedstolsels vormen. Zo’n stolsel wat in het hart ontstaat kan uit het hart worden gepompt en vastlopen in de bloedvaten naar de achterpoten, waardoor acute verlammingsverschijnselen optreden. Is er in een later stadium sprake van uittreden van vocht in longen, borstkas of buik, dan valt op dat de kat erg benauwd, sloom en ziek is.
Diagnose:
De eerste verschijnselen van HCM uiten zich meestal in het 2e tot 6e levensjaar. Eerder of later kan ook. Katten weten zich in eerste instantie meestal goed aan een minder goed functionerend hart aan te passen door zich rustig te houden, meer te slapen en stress te vermijden. Het is voor een eigenaar bijna onmogelijk om deze fase van HCM te herkennen. Deze fase noemen we asymptomatisch of occult. De observatie van een hartruis of een hartritmestoornis tijdens een bezoek aan de dierenarts kan een eerste aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van HCM. In een later stadium valt soms op te merken dat de kat sloom wordt, zich slecht verzorgt, snel en moeizaam ademt, slechte eetlust heeft en vermagert. De kat ondervindt duidelijk nadelige gevolgen van de hartziekte en daarom spreken we van hartfalen. Acute verlamming van de achterpoten of plotse dood is in enkele gevallen de eerste aanwijzing dat er sprake was van HCM.

cardio_21
cardio_22

Verdikking van de hartspierwand van de linker kamer:
Op grond van het verhaal van de eigenaar en het lichamelijk onderzoek door de dierenarts kan de aanwezigheid van HCM in een aantal gevallen worden vermoed. De definitieve diagnose wordt gesteld door middel van echocardiografisch onderzoek van het hart, waarbij grootte, vorm en functie van het hart worden beoordeeld. Met behulp van een electrocardiogram kunnen hartritmestoornissen gekarakteriseerd worden. Röntgenfoto’s van de borstkas dienen om de aanwezigheid van vocht in longen en borstkas vast te stellen. Er bestaat een DNA-test om de aanleg van 1 bepaalde vorm van HCM te testen. Is deze test positief dan wil dat zeggen dat het betreffende dier erfelijk belast is om HCM te krijgen. Of het dier op enig moment de ziekte ontwikkelt, is met de DNA-test niet vast te stellen, dat kan alleen met echocardiografie. Een negatieve test wil zeggen dat het dier de genetische basis voor 1 vorm van HCM niet heeft. Dit wil niet zeggen dat het dier nooit HCM zal krijgen, omdat er meerdere genetische varianten zijn.

Bij mijn kat is HCM vastgesteld, wat nu?
Soms wordt de diagnose HCM als toevalsbevinding gesteld. De kat heeft geen enkel symptoom passend bij een hartprobleem, maar bij een lichamelijk onderzoek wordt een hartruis gehoord en na een cardiologisch onderzoek wordt vastgesteld dat uw kat HCM heeft. Als de veranderingen in het hart slechts gering zijn, de hartfunctie nog normaal is en de kat geen last lijkt te hebben van de hartziekte, dan wordt in veel gevallen geen verdere behandeling ingesteld. Het is wel van belang om een hartziekte met zekerheid vast te stellen of uit te sluiten, omdat bepaalde medicijnen of narcosemiddelen een acute verslechtering van de hartziekte kunnen veroorzaken. Omdat de ziekte gedurende het leven meestal meer schade aan de hartspier toebrengt, adviseren we altijd controle-onderzoeken om het verloop van de verslechtering in kaart te brengen. Omdat katten met hartproblemen vaak in eerste instantie niets laten merken, kunnen echografische veranderingen ons waarschuwen voor problemen die op korte termijn kunnen ontstaan. Wordt bij uw kat HCM vastgesteld omdat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de kat last heeft van een hartziekte (sloomheid, vocht in longen of borstkas, verlamming van de achterpoten), dan is vaak direct een medicamenteuze behandeling noodzakelijk.
Behandeling:
HCM is niet te genezen. HCM behoeft ook niet in alle gevallen een behandeling. Er zijn geen medicijnen waarvan bewezen is dat ze de progressie van de niet-symptomatische fase naar hartfalen kunnen vertragen. Dit wil niet zeggen dat we niets kunnen doen. Als daar aanleiding voor is, wordt medicatie voorgeschreven om de vulling van het hart te verbeteren en/of de uitstroomobstructie te verminderen. Is er sprake van vochtophopingen in borstkas, longen of  buik, dan worden ook plastabletten voorgeschreven. De behandeling heeft als belangrijkste doel de kwaliteit van leven van een kat met hartziekte te verbeteren, maar is helaas niet gericht op genezing van de onderliggende hartziekte.
Hoe oud wordt een kat met HCM?
Uit het bovenstaande blijkt dat HCM bij de kat een ziekte is met vele uitingsvormen. Er zijn katten met HCM die een ogenschijnlijk normaal leven leiden en probleemloos oud worden. Er zijn ook katten met HCM die op jonge leeftijd al ernstige problemen krijgen. Met onze huidige kennis over HCM bij de kat is het moeilijk voor een individueel dier de levensverwachting te voorspellen. Door intensieve begeleiding en controle kunnen we trachten de hartfunctie van de kat zo goed mogelijk te ondersteunen en de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden.

4. Pericardovervulling

Inleiding:
Het pericard is een vliesje dat als een soort plastic zakje om het hart heen zit. In dit zakje kan vocht opstapelen. Dit kan verschillende oorzaken hebben; de belangrijkste oorzaken zijn: een bloeding (door trauma of een scheurtje in het hart bij hartfalen), vocht productie door een tumor, zomaar zonder aanwijsbare oorzaak…

cardio_23

Symptomen:
Door opstapeling van vocht in het hartzakje ontstaat er een verhoogde druk op en daardoor ook in het hart. Dit zorgt er voornamelijk voor dat er rechter hartfalen en daardoor vocht in de buik ontstaat. Bleke slijmvliezen, benauwdheid en lusteloosheid en flauwtes zijn ook vaak voorkomende symptomen.
Diagnose:
Doordat er vocht in het hartzakje zit zijn de geluiden die het hart maakt gedempt. Bij het luisteren met een stethoscoop valt dit op. De polsslag die te voelen is in de lies, is vaak verzwakt. Op de röntgenfoto is een duidelijk vergroot hart te zien. Een definitieve diagnose wordt gesteld door het kijken naar het hart met de echo. Met de echo kunnen we ook kijken of er een aanwijzing is voor de oorzaak van het vocht in het hartzakje. (bv een tumor, hartfalen..)
Behandeling:
Indien er een pericardovervulling aanwezig is, moet het vocht met een speciale naald uit het hartzakje worden gepuncteerd. Dit vocht valt niet weg te krijgen met medicatie, dit werkt juist averechts!!. Als het hartzakje is leeg gehaald behandelen we wel na met antibiotica en vochtafdrijvers gedurende enkele dagen. Het vocht wat uit het hartzakje komt wordt nog even microscopisch onderzocht op zoek naar aanwijzingen wat de oorzaak is.


5. Infectie van de binnenkant van het hart, de hartspier en de kleppen. Infectieuze endocarditis of myocarditis.

Inleiding:
Het komt niet vaak voor, maar het is mogelijk dat de binnenbekleding van het hart, het endocard, geïnfecteerd raakt (endocarditis). Vaak wordt dit veroorzaakt door een bacteriële infectie elders in het lichaam. Endocarditis kan ook veroorzaakt worden door hartwormen. Dit zijn wormen die zich bevinden in de kamers en de boezems van het hart. Deze wormen komen (nog) niet voor in Nederland maar er zijn wel gevallen gemeld bij dieren die in Frankrijk of nog zuidelijker gelegen delen van Europa zijn geweest. Deze ziekte is een groot probleem in de verenigde Staten en kan voorkomen worden door regelmatig met een speciaal ontwormingsmiddel te behandelen. Myocarditis betekent dat er een ontsteking aanwezig is van de hartspier (myocard). Dit kan een steriele ontsteking (auto-immuun, door toxines…) zijn, maar ook een ontsteking veroorzaakt door infectie. Vroeger kwam myocarditis veroorzaakt door het Parvo-virus regelmatig voor. Dit virus veroorzaakt met name zeer ernstige diarreeklachten maar kan daarnaast ook hartproblemen geven.

cardio_24

Symptomen:
Er kunnen zeer uiteenlopende symptomen voorkomen waaronder de symptomen veroorzaakt door de onderliggende ziekte. Vaak is er koorts aanwezig. Daarnaast kunnen er symptomen voorkomen die veroorzaakt worden door een verminderde functie van het hart zoals sloomheid, moeilijk ademen, hartritmestoornissen en hoesten.
Diagnose:
Vaak is er uitgebreid onderzoek nodig: de voorgeschiedenis is heel belangrijk en bloed- en urineonderzoek zijn nodig. Bij een bacteriële infectie moeten er ook kweken van bloed en urine worden gemaakt. Doordat de infectie bij endocarditis ook regelmatig op de kleppen gaat zitten ontstaat er vaak een kleplek en daardoor een hartruis. Door het maken van een echografie van het hart kan de ontsteking van het endocard of myocard worden vermoed en de ernst worden ingeschat. Bij myocarditis ontstaan er vaak hartritmestoornissen. Hartritmestoornissen kunnen worden gehoord met een stethoscoop en worden gekarakteriseerd door het maken van een elektrocardiogram.
Behandeling:
Endocarditis is een hele ernstige aandoening. Vaak is een opname in de kliniek noodzakelijk. De behandeling bestaat uit de gerichte bestrijding van de onderliggende oorzaak. Als er hartfalen aanwezig is wordt dit met de standaard medicatie behandeld. Als de kleppen zijn aangetast door de infectie, zijn de vooruitzichten niet zo goed. Ook bij myocarditis is een opname in de kliniek regelmatig nodig. De onderliggende oorzaak moet worden behandeld en indien hartfalen of ritmestoornissen aanwezig zijn krijgt het dier hier medicatie voor.

Met dank aan Drs. Mark Dirven van de Universiteitskliniek Utrecht en Dr. Valérie Bavegems van Universiteitskliniek Gent