24/7 bereikbaar
+31 (0) 497 518000

info@dierenkliniekeersel.nl

Cardiologie

Cardiologie Inleiding
Het hart is een heel belangrijk en ingewikkeld orgaan dat niet alleen bloed rond pompt om zuurstof te leveren aan de weefsels maar ook bepaalde stofjes produceert en de bloeddruk op peil houdt.
Hoe werkt de pompfunctie van het hart ook al weer?

Het hart bestaat uit een linker kamer (ventrikel), een rechter kamer, een linker boezem (atrium) en een rechter boezem. Tussen de kamers en de boezems zitten kleppen. Links de mitraliskleppen en rechts de tricuspidaliskleppen. In de linker boezem (LA) komt zuurstofrijk bloed binnen vanuit de longen. Dit bloed wordt door de linker kamer (LV) via de aorta (AO) naar het hele lichaam gepompt om zuurstof rond te brengen. In de rechter boezem (RA) komt zuurstofarm bloed binnen vanuit het hele lichaam. Dit bloed wordt door de rechter kamer (RV) via de longslagader (AP) naar de longen gepompt om zuurstof op te halen. De samentrekking van het hart wordt door een soort ingebouwde pacemaker geregeld. Deze bevindt zich in de rechter boezem.

Zowel bij hond, kat als andere diersoorten komen regelmatig ziekten van het hart voor. Aangeboren hartziekten zijn afwijkingen aan het hart waarmee een dier geboren wordt. Hierbij kan worden gedacht aan een slecht sluitende hartklep, een niet gesloten verbindingsvaatje tussen de uit het hart vertrekkende bloedvaten of een gaatje in het hart, in het tussenschot tussen het linker en rechter hartdeel, waar geen opening hoort te zitten. Daarnaast bestaan er verkregen hartziekten. Dit zijn aandoeningen die pas op latere leeftijd ontstaan. Bij de hond herkennen we regelmatig een lekkende hartklep door aftakeling van de klep en een ziekte van de hartspier, dilaterende cardiomyopathie (DCM), waarbij de samentrekking van het hart verminderd is. Bij de kat is de meest voorkomende verkregen hartziekte hypertrofische cardiomyopathie (HCM). Bij deze aandoening is de hartspier juist verdikt. Als een dier een hartaandoening heeft, wil dit lang niet altijd zeggen dat het dier hier ook last van heeft. Heeft het dier last van een aanwezige hartaandoening, dan is heeft het dier hartfalen. Hartfalen is te herkennen aan: sneller moe worden, meer slapen, een snellere ademhaling ook in rust, hoesten en benauwdheid.

Een hartaandoening hebben is dus niet hetzelfde als hartfalen hebben!
Als uw huisdier verdacht wordt van een hartaandoening of hartfalen dan kunt u bij ons in de kliniek terecht voor een uitgebreid onderzoek.
Het hartonderzoek bestaat uit:
Lichamelijk onderzoek
Om het hart grondig te onderzoeken wordt het dier eerst volledig lichamelijk onderzocht. Door te luisteren met een stethoscoop kan het geluid dat het hart maakt door het rondpompen van bloed worden beoordeeld. Er kan dan een abnormaal hartritme of een hartruis worden gehoord. Als er een hartruis wordt gehoord kan dat betekenen dat het dier een hartaandoening heeft maar dat betekent nog niet dat het dier hier ook last van heeft. Een hartruis bij een jong dier kan worden veroorzaakt door een aangeboren hartaandoening. Een hartruis die op latere leeftijd pas voor het eerst te horen is, kan een aanwijzing zijn voor een verkregen hartziekte. Een hartruis ontstaat door wervelingen in de bloedstroom hetgeen door lekkende kleppen of vernauwingen in bloedvaten kan worden veroorzaakt. Een abnormaal hartritme kan worden veroorzaakt door een afwijking in de elektrische aansturing van de hartspier.
Echocardiografie

Een echografisch onderzoek van het hart of echocardiografie is een zeer belangrijke onderzoekstechniek binnen de cardiologie. Echocardiografie geeft ons de mogelijkheid om letterlijk in het hart van uw huisdier te kijken. Echocardiografie is daarom een van de meest belangrijke onderzoekstechnieken om exact vast te kunnen stellen wat er aan de hand is met het hart van uw huisdier, de voortgang te meten van een hartaandoening en het effect van een ingestelde behandeling te bekijken.

cardio_5

Door middel van echocardiografie krijgen we belangrijke informatie over de vorm en de opbouw van het hart, waardoor we kunnen zien of en aan welke hartaandoening een dier lijdt. Gebruik makend van zowel B-mode (het 2-dimensionale beeld) als M-mode (de beweging van het hart in functie van de tijd) echografie kunnen we informatie verkrijgen over de functie van het hart, de bewegingen van hartspier en de kleppen en de verhoudingen van de verschillende onderdelen van het hart t.o.v. elkaar.

cardio_6B-mode

cardio_7

M-mode Met behulp van kleuren-Doppler kunnen we de oorzaak van een hartruis opsporen. Deze techniek wordt gecombineerd met spectraal-Doppler om de bloedstroom binnen het hart in kaart te brengen. Wat is Doppler-echografie precies? Bij Doppler-echografie wordt de beweging van deeltjes, in dit geval de bloedcellen, omgezet in snelheidspieken (spectraaldoppler) of in kleur (kleurendoppler). Op deze manier kunnen vernauwingen in uit het hart vertrekkende bloedvaten en lekkende kleppen worden opgespoord. In een vernauwd bloedvat is de bloedstroom sneller. Terugstroom van bloed door lekkende kleppen geeft wervelingen met een hogere snelheid in de bloedstroom.

Kleuren- en Spectraaldoppler
Kleurendoppler de groene lijn geeft een electrocardiogram weer
Een echocardiografisch onderzoek is in principe niet belastend voor het dier. Sommige dieren, voornamelijk katten, zijn soms zo angstig dat het beter is ze een sedatie te geven, dat wil zeggen een injectie met een middel waarvan ze rustiger worden met minimale effecten op de functie van het hart. Om een hartecho goed uit te voeren wordt het dier vaak neergelegd op een speciale onderzoekstafel en moet er een stukje van de vacht worden geschoren. Dit allemaal om het hart goed in beeld te kunnen brengen. Het onderzoek duurt ongeveer een half uurtje. Bij de wat grotere honden wordt het onderzoek ook wel staand uit gevoerd.
Electrocardiogram (ECG)
Om het hartritme en de elektrische geleiding in het hart te kunnen beoordelen wordt er een ECG gemaakt. Dit gebeurt ook al tijdens de hartecho. De samentrekking van het hart wordt in gang gezet door een gangmaker die zich in de linker voorkamer bevindt. Deze golf van samentrekking loopt van de bovenkant van de boezems tot in het puntje van de kamers en veroorzaakt hierbij een meetbare elektrische activiteit. Deze elektrische activiteit wordt gemeten bij het registreren van een ECG. Electrocardiografie is de belangrijkste onderzoeksmethode in geval van een hartritmestoornis, maar geeft geen betrouwbare informatie over de vorm en functie van het hart. Sommige hartritmestoornissen zijn niet altijd te zien, daarom is het wel eens nodig een langdurig ECG te maken. Dit noemen we ook wel een Holter ECG. Deze kunt u in onze kliniek laten maken. U kunt ons bereiken via de mail info@dierenkliniekeersel.nl of telefonisch op 0031 (0) 497518000.

Een afwijkend electrocardiogram
Radiologie

Röntgenfoto’s van de borstkas geven ons een overzicht van twee belangrijke orgaansystemen in het lichaam, namelijk het hart en de longen. Benauwdheid kan worden veroorzaakt door hart- en longproblemen. Wat de oorzaak van de benauwdheid is, wordt meestal duidelijk na het maken van een röntgenfoto. Het is geweten dat hartproblemen kunnen leiden tot longproblemen en andersom. Een röntgenfoto geeft een overzicht van zowel hart als longen, maar geeft geen informatie over de functie van de hartspier, de oorzaak van een hartruis of de aanwezige ziekte in het hart.

cardio_12