• Home
  • Rondleiding
  • Videoclips
  • Routebeschrijving
  • Literatuur
  • Presentaties
    • Patellaluxatie
    • KI: mogelijkheden en moeilijkheden
    • Hartafwijkingen (DCM) Ierse Wolfshond
    • Presentaties puppyavonden
  • Zoeken
  • Laatste nieuws
  • OCD
  • Hernia bij de hond
  • Hart Bullteriër
  • Med. beeldvorming
  • Mythes vruchtbaarheid
  • Fertiliteit reu
  • Herpes Virus hond
  • Pups; wormen
  • Pups; kreupelheid
  • Castratie bij de hond
  • Voeding bij de hond
  • Ziekten door teken
  • Spoelwormen en Lyme
  • Bloedonderzoek
  • Risico's bij de narcose
  • Hondenbeten
  • Wondbehandeling
  • Kanker bij de hond
  • Koorts
  • Oorproblemen
  • Neusproblemen
  • Anaalklieren
  • Wat stinkt hier zo?
  • Corpora aliena
  • Heupdysplasie (HD)
  • (Teen)huidproblemen Bordeauxdog
  • De bevalling
  • Demodex
  • De pasgeboren pup

Castratie bij de hond

Wat, waarom, wanneer en hoe?

Bron: Golden Retriever Club Nieuws 11/2010
Auteur: Maarten Kappen

Er is momenteel veel discussie over de voor en nadelen van castratie van de teef en reu. Ook het bepalen van het juiste moment van castratie levert veel onduidelijkheid op: bij de teef werd vroeger altijd gekozen om haar minimaal 1 maal loops te laten worden, later werd geadviseerd om ze in het geheel niet loops te laten worden, en momenteel zijn er voor- en tegenstanders van beide meningen. Een gedegen breed gedragen wetenschappelijke ondersteuning voor het een of het ander ontbreekt. We zullen het voorlopig dus moeten doen met het wegen van de verschillende wel bekende voor- en nadelen gecombineerd met de wensen en mogelijkheden van de eigenaren van de honden.

Onder een castratie verstaat men het definitief of tijdelijk verwijderen van de totale voortplantingsfunctie door een chirurgische of medicamenteuze ingreep van de geslachtsklieren. In simpele bewoordingen: niet alleen de mogelijkheid tot voortplanten wordt teniet gedaan, maar ook de hormonale regeling hiervan wordt beïnvloed. Dit in tegenstelling tot de sterilisatie waarbij alleen de mogelijkheid tot voortplanten teniet gedaan wordt. Een voorbeeld van dit laatste bij de teef zou zijn het doorknippen van de eileiders waardoor het transport van eicellen naar de baarmoeder wordt verhinderd. Bij de reu kun je denken aan het doorknippen en afhechten van de zaadleiders.
Bij de castratie worden de geslachtsklieren zelf aangepakt; bij de teef  worden dus de eierstokken en bij de reu de testikels verwijderd dan wel medicamenteus beïnvloed. 

De historie hiervan gaat al heel ver terug tot in de verre oudheid: ook toen al was bekend dat met name door het castreren van het mannelijk huisdier de gebruiksmogelijkheden voor  de mens hierdoor vergroot werden. Ze werden en worden makkelijker hanteerbaar en zijn eenvoudiger te houden bij andere soortgenoten. Dat geldt ook voor de teef en wordt in de huidige tijd door de meerderheid van de eigenaren als reden voor castratie aangevoerd. In landen waar een grote zwerfdieren problematiek heerst is de controle hierop ook een belangrijke reden voor castratie. In de Noord Europese landen waaronder Nederland is dit (gelukkig) niet aan de orde.

Er is daarnaast ook een maatschappelijk-cultureel verschil in het denken over castratie: in Zwitserland met 1 hond per 16 inwoners worden 60% van de teven gecastreerd en 30 % van de reuen. In Spanje met 1 hond per 7 inwoners wordt daarentegen maar 18% van de teven en 6% van de reuen gecastreerd. In Nederland met 1 hond op de 15 inwoners schat men dat 30% van de teven en 25% van de reuen gecastreerd worden.

Daarnaast zijn er direkte medische redenen waarom gekozen wordt voor een castratie van teef of reu. Een voorbeeld hiervan is de ernstige baarmoederontsteking bij de teef en de prostaatontsteking en goedaardige vergroting hiervan bij de reu.

Ook preventieve medische redenen zijn er om een castratie te laten uitvoeren. Die zijn vrijwel allemaal te herleiden tot het wegnemen van de invloed van de geslachtshormonen op andere lichaamsfunkties en organen. Ik zal aangeven per specifiek gebied wat de invloeden zijn en de voor en nadelen hiervan.

Vooruitlopend daarop is er de algemene discussie over de invloed op de levensverwachting na castratie. De meeste onderzoeken hierover zijn wetenschappelijk niet voldoende onderbouwd en vergen een langdurige follow up, hetgeen lastig uit te voeren is.  Er wordt meestal aangegeven dat de levensverwachting na castratie hoger is, zelfs tot 1 jaar of meer, echter tegelijkertijd wordt de gedachte geuit dat eigenaren die hun hond laten castreren een betere zorg voor hun huisdieren hebben hetgeen ook een reden zou kunnen zijn tot een langere levensduur. Een goed onderzoek dat het tegendeel beweerde overigens bestond uit een inventarisatie van oude Rottweilerteven waarbij bleek dat er 3x zo veel niet gecastreerde dan wel gecastreerde teven waren.

Belangrijk nadeel van castratie is de invloed op de stofwisseling. De neiging tot zwaarder worden (obesitas) is sterk vergroot zowel bij teef als reu. Dat heeft een aantal bijkomende gevolgen zoals een grotere kans op orthopedische problemen zoals ouderdomsarthrose. Ook suikerziekte en bepaalde huidplooi problemen kunnen hierdoor meer voorkomen.
Belangrijk is als eigenaar het gewicht goed in de gaten te houden castratie en de voerhoeveelheid zo nodig te verminderen.

Ook de huid en beharing van de hond kan veranderen bij een bepaald percentage van de honden onder invloed van de castratie. Vachtkleur, consistentie van onder- en bovenvacht en algemene dofheid kunnen optreden.  Hier is duidelijk een rasgevoeligheid bij aanwezig (bv. New Foundlanders). Onduidelijk is vooralsnog hoe dit te behandelen, behalve ook het eventuele overgewicht te verminderen en voeding te optimaliseren.

Een ander nadeel na castratie van de teef is het mogelijk optreden van urine-incontinentie. De vrouwelijke geslachtshormonen spelen een rol bij de afsluitende werking van de blaashals. Deze kan  op wisselende tijden na castratie minder goed gaan funktioneren. Er is hierbij een invloed van gewicht (3 x zo grote kans bij honden > 20kg) en leeftijd waarop gecastreerd wordt (50% grotere kans als castratie voor 7 maanden oud wordt verricht). Ook het ras is van belang: Dobermann, Rottweiler, Bobtail maar vooral ook de Boxer hebben een grotere kans op incontinentie. Bij bepaalde onderzoeken bij de Boxer kwam naar voren dat dit tot 60% van de teven na castratie kan optreden.
Dit probleem is in het algemeen prima behandelbaar medicamenteus, maar wel veelal levenslang. Een aantal middelen kunnen hierbij ingezet worden met geen tot weinig bijwerkingen.

Een voordeel van castratie is gelegen in het minder voorkomen van problemen in de geslachtsorganen, zoals baarmoeder, vagina of vulva bij de teef en penis en voorhuid bij de reu. ,  of de aan het geslacht gerelateerde organen (melkklieren, prostaat).

Om met de laatste te beginnen: de kans op gezwellen van de melkklieren is 99.5% minder indien de castratie voor de 1e loopsheid plaats vindt, 90% minder als hij tussen de 1e en de 2e  en na de 2e   loopsheid 25% minder tot een leeftijd van 2 ½ jaar, daarna is er geen voordeel meer. Dit geldt voor kwaadaardige tumoren en niet voor goedaardige tumoren.  Hiervoor is een vuistregel: 50% van de melkliertumoren is kwaadaardig en hiervan zaait 50% uit naar longen of andere organen.
Het zogenaamde lifetime risk voor melkkliertumoren bij de teef is 20% dus aanzienlijk en dat kun je dus ten positieve beinvloeden door castratie.

Bij de reu is de prostaat op latere leeftijd soms een probleem. Meest voorkomend zijn de goedaardige vergrotingen al dan niet samengaand met ontsteking, abcedering en cystevorming. Deze aandoeningen reageren allemaal goed zowel curatief op castratie, maar ook preventief is hier een sterk verminderde kans. Kwaadaardige prostaattumoren komen niet veel voor maar wel juist meer bij gecastreerde reuen. Er komen bij de reu ook zogenaamde peri-anaal tumoren voor die goed op castratie reageren.

Tumoren van de eierstokken, baarmoeder, vagina en vulva en bij de reu de testikels en penis komen niet tot heel veel minder voor na castratie. Na alleen het verwijderen van de eierstokken is de kans op baarmoederontsteking of  een pyometra heel sterk verkleind. Overigens is bekend dat 25% van alle teven tot 10 jaar een pyometra zal ontwikkelen tenzij tevoren gecastreerd, dus hier is een duidelijk voordeel te behalen.

Andere tumoren komen juist weer meer voor na castratie: oa:  bottumoren (osteosarcomen),  bloedvattumoren (hemangiosarcomen), harttumoren, blaaswandtumoren en anaalkliertumoren. De kans op het voorkomen van deze tumoren is weliswaar niet zo groot maar de meeste zijn wel zeer ernstig tot fataal.

Resumerend zijn er dus pro’s en con’s van castratie waarbij een afweging van wensen van eigenaar naast de leeftijd, het ras en geslacht van de hond en de voor- en de nadelen voor het individuele dier plaats moet vinden. De dierenarts heeft hierbij een informerende en adviserende taak naar de eigenaar van de (jonge) hond, waarbij gerealiseerd moet worden dat  de wetenschappelijke onderbouwing soms onvolkomen en soms zelfs tegenstrijdig is.

Het hoe van de castratie zal ik in het volgende artikel uitgebreid bespreken.







 

Kliniek voor Gezelschapsdieren Eersel, Hint 16 b, 5521 AH Eersel, Telefoon: (0031)497 518000