24/7 bereikbaar
+31 (0) 497 518000

info@dierenkliniekeersel.nl

Scopie

Scopie is een ander woord voor kijk-operatie. Afhankelijk van waar je kijkt, krijgt het een andere naam: bij een arthroscopie kijk je in een gewricht, bij een bronchoscopie in de luchtwegen, een rhinoscopie brengt de binnenkant van de neus in beeld. Bij een vaginoscopie kijken we in de vagina, bij een laparoscopie in de buik en bij een thoracoscopie in de borstholte. Het voordeel van een kijk-operatie is, dat je een kleiner (of geen) gat moet maken voor hetzelfde zicht. Een kleiner gat betekent minder pijn en een snellere revalidatie. Voor elke operatie heb je een scoop nodig, licht, een camera en een tv-scherm. Soms is er nog bijkomend water of lucht nodig voor een beter beeld. Een scoop is een soort lenzensysteem dat ervoor zorgt dat kleine beelden worden uitvergroot.

Er bestaan twee soorten scopen: starre en flexibele. Starre scopen zijn metalen buizen die in een kleine ruimte worden gebruikt. Meestal staat de lens in een hoek ten opzichte van de lengte van de buis. Door de buis rond te draaien kun je om je heen kijken. Starre scopen worden vooral gebruikt in kleine ruimtes zoals gewrichten, de blaas of de neusholte. Ook voor de endoscopische castratie wordt een starre scoop gebruikt. De scoop waar wij over beschikken in de praktijk heeft een werkkanaal, waardoor er voor de hele operatie maar 1 gat gemaakt hoeft te worden (in tegenstelling tot de klassieke 2-gats-laparoscopie). Flexibele scopen zijn, zoals het woord het zelf zegt flexibel: zij kunnen bewegen en zo alle kanten op kijken. Ze worden vooral gebruikt om in de maag en darmen te kijken. Deze scopen gaan altijd via natuurlijke openingen het lichaam in: de mond, de neus, of de darm. Bij grote honden kunnen we met een flexibele scoop in de neus kijken, bij kleinere dieren is het gebruik van de kleinste flexibele scoop beperkt tot de keelholte en de achterkant van de neusholte. Voor de kleinere neusgangen wordt een starre scoop gebruikt.

Arthroscopie Bij een arthroscopie kijken we in een gewricht. Er wordt een irrigatiesysteem aangesloten waarmee het gewricht continu gespoeld kan worden met fysiologisch water. Dit spoelen heeft verschillende redenen. Door de ontsteking in het gewricht is het gewrichtsvocht vaak van minder goede kwaliteit. Het bevat ontstekingsmediatoren die schadelijk zijn voor voornamelijk het kraakbeen. Door het gewricht te spoelen worden deze mediatoren verwijderd. Verder kunnen er kleine bloedinkjes optreden tijdens de scopie. Door het bloed continu weg te spoelen blijft er een goed overzicht van het operatieveld. Via de spoelvloeistof worden ook kleine stukjes weefsel en kraakbeen uitgespoeld zodat ze niet in het gewricht achterblijven en daar voor irritatie kunnen zorgen. Met behulp van een arthroscopie kunnen OCD’s (osteochondrosis dissecans= losse fragmentjes gewrichtskraakbeen) verwijderd worden, kan artrose worden opgefrist, banden en pezen geinspecteerd en indien nodig doorgenomen worden (zoals de pees van de M. biceps brachialis in de schouder). De arthroscopie wordt uitgevoerd via meestal twee, soms drie kleine incisies. Op deze manier staat het gewricht minder bloot aan externe factoren. Het infectiegevaar is hierdoor aanmerkelijk kleiner. Bovendien hebben de honden achteraf minder pijn en is de revalidatie korter.

Laparoscopie Bij een laparoscopie kijken we in de buik. Vroeger was er altijd een grote incisie nodig, nu hebben we om te kijken maar een gaatje nodig van 1 centimeter. Tijdens de scopie wordt de buik opgeblazen met gas: hierdoor wordt het volume van de buik groter en kan de camera veilig langs de organen worden bewogen. Doordat de camera het beeld uitvergroot, kunnen meer details worden gezien dan bij een gewone buikoperatie. Met behulp van een speciale kanteltafel, kunnen we de hond makkelijk op zijn zij draaien. Hierdoor veranderen de organen van positie en kunnen we bijvoorbeeld naar de nieren en de eierstokken kijken. Als de hond op zijn rug ligt, liggen de darmen hier bovenop en zie je ze dus niet. Na het kantelen vallen de darmen naar beneden en omdat de hond nu op zijn zij ligt, kunnen we organen die normaal op de bodem van de buik liggen wel zien. We kunnen met de scoop niet alleen kijken. Er is ook een werkkanaal aanwezig waardoor we tangetjes in de buik kunnen brengen. Met deze tangetjes kunnen we biopten nemen van de lever, milt, lymfeknopen of de nier. We kunnen op deze manier ook de eierstokken verwijderen (endoscopische castratie). Een speciale tang brandt de bloedvaten dicht. Daarna wordt de eierstok losgesneden en via het gat van de scoop verwijderd. Castreren van een teef kan dus via 1 incisie van 1-3 cm (afhankelijk van de grootte van de eierstok). Indien noodzakelijk kan ook de hele baarmoeder verwijderd worden, maar dit is meestal niet nodig. Een gezonde baarmoeder laten we liever zitten om incontinentie-problemen gerelateerd aan littekenvorming te voorkomen. De baarmoeder wordt namelijk weggenomen in de buurt van de blaas en soms ontstaan hier na de operatie verklevingen die de functie van de blaas beperken. Een gezonde baarmoeder die niet meer door hormonen gestimuleerd wordt (afkomstig van de eierstokken) zal uiteindelijk verschrompelen. Er is dan geen gevaar meer voor ontstekingen of tumoren. Tegelijkertijd met het castreren kan ook de maag worden opgezocht en aan de buikwand worden vastgezet. Dit is vooral interessant bij grote hondenrassen omdat op deze manier een mogelijk toekomstige maagkanteling kan worden voorkomen. Door het maken van kleinere openingen dan bij een gewone operatie, is de post-operatieve pijn minder en de revalidatie korter.

Thoracoscopie Thoracoscopie is kijken in de borstkas. In de borstkas bevinden zich de longen, het hart en de belangrijkste grote bloedvaten. Bij jonge dieren vinden we ook nog de thymus (zwezerik), die een rol speelt bij de afweer. Op latere leeftijd verschrompelt dit orgaan. Scopie van de borst is een belangrijke aanwinst in de diagnose van thoraxproblemen. Met name het hart kan goed onderzocht worden met behulp van de echo. Afwijkingen dieper in de borstkas zijn voor de echo echter onzichtbaar omdat echogolven niet door de lucht in de longen heen kunnen. De scoop kan op twee manieren worden ingebracht. Je kunt tussen twee ribben een opening maken, maar op deze manier kun je maar één thoraxhelft beoordelen. De borstkas wordt namelijk in twee helften gedeeld door een soort bindweefselgordijn, het mediast. Als er op een röntgenfoto al gezien is dat het probleem zich aan één kant bevindt, is dit de meest directe methode. Een andere manier is de scoop inbrengen via de buik, net onder het borstbeen en door het middenrif heen. Op deze manier zijn beide thoraxhelften te beoordelen.Vaak kan met kijken alleen al een diagnose worden gesteld, maar voor de zekerheid kunnen er ook biopten worden genomen van afwijkende structuren. Met deze techniek is het ook mogelijk om een deel van het hartzakje te verwijderen (zoals nodig is bij een hart tamponade). Erg belangrijk bij een thoracoscopie is de beademing van de patiënt. Omdat er een opening gemaakt wordt in de borstkas valt de onderdruk weg die hier normaal heerst. Door deze onderdruk liggen de longen tegen de borstwand aan en worden ze opengetrokken als de ribben bij het ademen uitzetten. Door het opheffen van de onderdruk vallen de longen los van de borstwand en kan de hond niet meer zelf ademen. Daarom moet hij actief beademend worden. Onze praktijk beschikt over een tweetal Datex Ohmeda toestellen met een nauwkeurige beademingsunit. Na de operatie moet een drain in de borstholte achterblijven om nog vocht en resterende lucht uit de borst te kunnen verwijderen. Meestal kan deze drain na een dag of twee verwijderd worden.

Bronchoscopie: Met name brachycephale rassen (kortsnuitigen, zoals bulldoggen) hebben nogal eens last van chronische longproblemen. Vaak helpt een antibiotica kuur, maar soms blijft het probleem bestaan. Dan kunnen we met een bronchoscopie in de luchtpijp en longen gaan kijken. Soms komen we daar rare dingen tegen, zoals longwormen (of zelfs een ingeademde eikel !). Meestal zien we veel slijm en dan kunnen we daar een biopt van nemen om te kijken welke boosdoeners zich in de bronchen bevinden. Omdat de scoop een bepaalde afmeting heeft, kunnen we niet in de kleinste vertakkingen van de longen kijken. We kunnen toch informatie krijgen over ziektekiemen in deze diepere delen door middel van een longspoeling. Er wordt een kleine hoeveelheid steriel fysiologisch water in een stukje long gebracht en meteen weer opgezogen. De cellen en het slijm dat we zo verzamelen, kan ons helpen bij een betere behandeling.  

Endoscopie In tegenstelling tot de hierboven besproken kijkoperaties, gebeurt een endoscopie altijd via een natuurlijke lichaamsopening. Omdat ongemakkelijk is, gaan de meeste honden hiervoor onder volledige narcose. Met behulp van een flexibele scoop met camera kunnen allerlei lichaamsholtes bekeken worden: de neus, de keel, de luchtpijp, het eerste stuk van de grote bronchiën, de slokdarm, de maag en de endeldarm. Via een werkkanaal in de scoop kunnen tangetjes worden ingebracht om biopten te nemen of voorwerpen vast te pakken. Het voordeel is dat er niet gesneden hoeft te worden om naalden, kettinkjes, muntjes, speelgoedbeestjes, eikels, sateprikkers of ander niet-eetbare dingen uit de maag te halen. Daardoor is de hond meteen na de scopie weer hersteld. Soms is het echter niet mogelijk om voorwerpen uit de maag te halen met de scopie: sommige voorwerpen zijn te gevaarlijk om weer door de slokdarm te trekken (hele scherpe stukken glas bijvoorbeeld), andere voorwerpen zijn soms onvindbaar in de maag als deze nog vol zit met eten. In deze gevallen moet de maag toch via een normale operatie geopend worden en leeggemaakt. We kunnen ook langs de anus het lichaam binnen gaan: op deze manier kunnen we de dikke darm bekijken (coloscopie) en biopten nemen. Dit is nuttig om het type van darmontsteking vast te stellen. Zo kan er een optimaal behandelingsplan worden opgesteld. Samenvattend kunnen we stellen dat we met deze techniek overal in het lichaam kunnen kijken via kleine openingen. Tevens kunnen er kleine ingrepen verricht worden en biopten genomen voor een diagnose van een inwendig probleem. De besproken technieken zijn slechts een kleine greep uit de verschillende mogelijkheden. In de toekomst zullen steeds meer operaties via een kijkoperatie kunnen worden uitgevoerd met als grote voordeel: het dier heeft minder pijn en er is minder tijd nodig om weer helemaal te herstellen.

Vaginoscopie:  Dit is misschien de bekendste scopie voor vele fokkers. Omdat wij onze praktijk heel veel vruchtbaarheidsbegeleiding doen, wordt deze scopie dagelijks meerdere keren uitgevoerd. De scopie kan gebeuren op de wakkere teef en wordt uitgevoerd tijdens de loopsheid om het inwendig beeld van de vagina te bekijken. Het beeld geeft ons een indruk van hoe ver de teef in haar loopsheid is en wanneer we de dekking kunnen adviseren. Deze voorspelling wordt overigens altijd ondersteund door progesteron-waarden die wij in onze kliniek zelf bepalen met behulp van onze Immulite.   Vaginoscopisch kunstmatige inseminatie is al veel langer mogelijk in onze kliniek. Zie hier.