24/7 bereikbaar
+31 (0) 497 518000

info@dierenkliniekeersel.nl

Keelinspectie

In onze praktijk hebben we veel te maken met kortsnuitige hondenrassen (Engelse en Franse Bulldoggen, Bullmastiff, Mopshonden, etc). Deze honden hebben, zoals wel bekend bij de meeste mensen, vaak problemen met de ademhaling. Hoe komt dit? De honden hebben eigenlijk een te korte snuit (brachy= kort en cephaal = neus). Hierdoor passen bepaalde essentiële onderdelen zoals het gehemelte en de tong, niet in de mondholte. De tong en het gehemelte zijn relatief te groot en te lang. (eigenlijk is dit natuurlijk andersom: de tong en het gehemelte zijn normaal, maar de bovenkaak is te kort om deze structuren allemaal te kunnen bevatten). Hierdoor hangt de tong vaak uit de bek en hebben de meeste honden een snurkend geluid bij de ademhaling. Dit snurkend geluid wordt veroorzaakt door het te lange gehemelte dat in de keelholte hangt en daar door de luchtstroom in trilling gebracht wordt. Het snurken kan variëren van een lichte vorm die alleen voorkomt als de hond zich inspant, tot een permanent geluid dat ook hoorbaar is bij de hond in rust. De verzamelnaam voor alle ademhalingsproblemen die kunnen voorkomen bij deze rassen heet het Brachycephaal Syndroom of in het Engels: Brachycephalic Obstructive Syndrome. Het syndroom is een verzameling van verschillende aandoeningen van de luchtwegen. Ze kunnen allemaal tegelijk voorkomen bij 1 individu,  maar dat hoeft niet. Soms zijn er wel anatomische afwijkingen aanwezig, maar heeft de hond er geen last van. De verschillende aandoeningen zijn:
  • Vernauwde neusgaten
  • Te lang en/of dik zacht gehemelte
  • Vergrote amandelen
  • Afwijkende bouw van de larynx (strottenhoofd)
  • Te smalle luchtpijp (trachea hypoplasie)
Hoe komen de honden hieraan? Helaas is dat de schuld van de mens. Door decennialang te concentreren op honden met een korte snuit en deze als rasstandaard te  typeren, worden er honden geselecteerd die genetisch belast zijn. Zij geven hun uiterlijk en dus ook de problemen die bij dit uiterlijk passen, door aan hun nakomelingen. De symptomen variëren afhankelijk van de afwijkingen, maar de meeste brachycephale rassen snurken in meer of mindere mate. Hoewel dit vaak door mensen als “grappig, gezellig en schattig” wordt bestempeld hebben deze honden wel degelijk moeite met ademen. Andere symptomen kunnen zijn:
  • Rochelende ademhaling
  • Benauwdheid bij inspanning en opwinding
  • Kans op oververhitting bij warm weer in combinatie met inspanning
  • Hoesten
  • Kokhalzen
  • Ernstige ademnood, zelfs met bewustzijnsverlies en sterfte tot gevolg
Hoewel veel honden zonder al te veel problemen een redelijk probleemloos leven kunnen leiden, kunnen problemen tijdens het leven in ernst toenemen. Het is geen statisch probleem zoals bepaalde groeiafwijkingen die na het beëindigen van de groei stabiel zijn. Doordat de honden moeite hebben met ademen, gaan ze meer moeite doen. Vergelijk het met het ademen door een rietje. Als je rustig en ontspannen bent, kun je een redelijke tijd zonder ademnood door een rietje ademen. Als je echter gaat hardlopen, krijg je niet meer genoeg lucht. Het gevolg: je gaat sneller adem halen, probeert  meer kracht te zetten met je borstkas en middenrif tijdens het in- en uitademen en uiteindelijk moet je het rietje laten vallen om toch een goede teug adem te kunnen halen. Brachcephalen ademen continu door een rietje: hun smalle neusgangen, smalle keelopening en kleine luchtpijp zijn te vergelijken met een rietje. Helaas kunnen zij dit rietje niet laten vallen als ze in ademnood komen. Het gevolg: de honden doen geen enkele inspanning omdat ze voelen dat het niet gaat, of ze doen de inspanning wel, maar komen in zuurstofnood, worden blauw en  kunnen zelfs flauwvallen. Omdat honden niet kunnen zweten zoals de mens, moeten zij afkoelen door te hijgen. Als er te weinig lucht kan worden afgekoeld, raken de honden oververhit. Naast problemen in het dagelijks leven, zijn er ook problemen als de honden geopereerd moeten worden. Alle brachycephale honden hebben een verhoogd narcoserisico omdat de kans bestaat dat er verdere obstructie van de luchtwegen optreedt, doordat de structuren in de keel verslappen tijdens de narcose. Geen enkele brachycephale hond zou ooit onder narcose mogen worden gebracht zonder de luchtweg te intuberen. De tracheotube zorgt ervoor dat de luchtweg open blijft. Verder kan er langs deze weg beademd worden, om het zuurstoftekort dat de hond eventueel al had, zo snel mogelijk te corrigeren. Hoe weten we of een hond last heeft van dit syndroom? Vaak kunnen we met het verhaal van de eigenaar en een lichamelijk onderzoek al een idee krijgen van de ernst van de aandoening. Als een hond alleen maar snurkt, maar verder alles normaal kan doen, is verder onderzoek niet per se nodig. Bij klachten zoals kokhalzen en ernstige benauwdheid is het wel noodzakelijk de hond verder te onderzoeken. De neusingangen kunnen bekeken worden bij de wakkere hond. De luchtpijp kan beoordeeld worden door middel van een röntgenfoto. Meestal hoeft de hond hier niet voor onder narcose. Een goede inspectie van alle structuren in de keel kan echter alleen onder narcose. Meestal combineren we het kijken meteen met een operatieve correctie, omdat de hond anders 2 keer onder narcose moet op korte tijd. Tijdens de inspectie wordt er gekeken naar de lengte van het zachte verhemelte, de tonsillen (amandelen) en de vorm van de larynx (strottenhoofd). Honden die continu een geluid maken bij het ademhalen hebben een probleem en moeten daarvoor behandeld worden. Soms kan het al voldoende zijn om de neusgaten wat te verruimen. Dit helpt vooral bij honden die snuiven bij het inademen.

Neusvleugelcorrectie

Neusvleugelcorrectie, het rechter neusgat is al gecorrigeerd, het linker moet nog. Na correctie is het neusgat duidelijk groter.

Bij ergere klachten zoals flauwvallen, hoesten en kokhalzen is de behandeling afhankelijk van de ernst van de afwijkingen. Inkorten van de neusvleugels en inkorten van het zachte verhemelte kan bij deze patiënten tot belangrijke verbetering leiden. Een te nauwe luchtpijp kan helaas niet behandeld worden.
Het zacht gehemelte van een Bulldog. Het is zo lang dat het tijdens het ademen in de luchtpijp wordt gezogen en deze zo afsluit.

Het zacht gehemelte van een Bulldog. Het is zo lang dat het tijdens het ademen in de luchtpijp wordt gezogen en deze zo afsluit.

Het zacht gehemelte is te lang. De tang laat zien hoeveel er van het gehemelte af moet.

Het zacht gehemelte is te lang. De tang laat zien hoeveel er van het gehemelte af moet.

Het gehemelte is ingekort en gehecht met losse knoophechtingen. De 2 draden die nog zichtbaar zijn, zijn bedoeld om het zachte gehemelte vast te houden tijdens de correctie.

Het gehemelte is ingekort en gehecht met losse knoophechtingen. De 2 draden die nog zichtbaar zijn, zijn bedoeld om het zachte gehemelte vast te houden tijdens de correctie.

Soms worden patiënten aangeboden in acute benauwde toestand. Door hun ademhalingsprobleem ontstaat er een vicieuze cirkel: de honden hebben ademnood- zij gaan meer moeite doen om te ademen- hierdoor ontstaat een negatieve druk in de borstholte die lucht, maar ook weefsels aanzuigt – de weefsels in de keel zwellen door deze druktoename – de ademopening wordt kleiner- de honden krijgen nog meer ademnood – etc. Bij patiënten met acute ademnood zijn zuurstoftherapie, corticosteroïden en eventueel koeling de belangrijkste vorm van eerste hulp. Soms is dit niet voldoende en moet de hond onder narcose gebracht worden om de hond te kunnen intuberen: er wordt een beademingsbuis langs de gezwollen weefsels tot in de luchtpijp gebracht. Het vervelende is, dat de weefsels binnen een paar minuten kunnen zwellen, maar er meestal dagen over doen om weer te ontzwellen. Zo lang kan de hond natuurlijk niet onder narcose blijven. In de ergste gevallen waarbij de zwelling van de keelstructuren zo erg is, dat de tracheotube niet zonder risico te verwijderen is, wordt een noodtracheotomie gedaan. Hierbij wordt er een nieuw opening in de luchtpijp gemaakt aan de voorkant van de hals. (Sommige mensen hebben dat ook na een operatie in de keel, zij ademen uit hun hals. Als ze willen praten moeten ze handmatig de ademopening dichthouden, zodat de lucht weer langs hun stembanden gaat). De nieuwe opening dient alleen maar als tijdelijke opening, tot de structuren in de keel weer ontzwollen zijn. Meestal kan de hond na 1 of 2 dagen geopereerd worden en kan de nieuwe opening weer dicht gemaakt worden. Wat kan u zelf doen?
  • Pas op met extreme inspanning, warmte en stress. Een brachycefale hond laten inspannen tijdens een hete zomerdag is vragen om problemen.
  • Overgewicht verergert de problemen. Dikke honden hebben een dikker zacht gehemelte en dus eerder last. Overgewicht dient dus voorkomen te worden.
  • Honden waarbij chirurgische ingrepen nodig zijn (of zijn geweest) dienen te worden uitgesloten bij de fok en zouden bij voorkeur gesteriliseerd/gecastreerd moeten worden.
  • Een aanpassing van de rasstandaard, waarbij niet meer op een zo kort mogelijke snuit gefokt wordt, is nodig om een structurele oplossing voor de problemen te bieden.